Deze tuinkalender per maand verdeelt het tuinjaar in twaalf maanden met per maand de belangrijkste klussen: snoeien en gereedschap onderhouden in de winter (december tot februari), verticuteren en de eerste maaibeurt in het voorjaar (maart tot mei), water geven en oogsten in de zomer (juni tot augustus), en bloembollen planten plus bladruimen in het najaar (september tot november). De juiste timing hangt van drie dingen af: de bodemtemperatuur (gras groeit pas vanaf 5 tot 8 °C), het broedseizoen (van 15 maart tot 15 juli mag je hagen niet snoeien) en de laatste nachtvorst (rond IJsheiligen, 11 tot 15 mei). Hieronder vind je de volledige maandtabel plus de vijf klussen die het vaakst verkeerd getimed worden.
Het is half mei en je staat met een dienblad vol tomatenplantjes in de tuin, klaar om ze de grond in te zetten. Precies zoals de buurman drie weken geleden deed. Wat je niet weet: vannacht kan het nog vriezen, en morgen staan je plantjes er slap en zwart bij. Of het is november en je beseft ineens dat de tulpenbollen nog steeds in de schuur liggen, terwijl de eerste nachtvorst al is aangekondigd. Tuinieren voelt soms als een spel waarvan niemand je de regels heeft verteld. Steeds als je iets doet, blijkt het net te vroeg, te laat of op het verkeerde moment.
Het probleem is bijna nooit dat je niet weet wàt je moet doen. Het is de timing. Je snoeit de hortensia een maand te laat, je maait terwijl de bodem nog te koud is, of je plant de bollen als de grond al bevroren is. Een maandkalender met harde data lost dat op: geen vage “in het voorjaar”, maar concrete bodemtemperaturen en datums waar je op kunt sturen.
Tuinklussen per maand in één overzicht
Hieronder staat het hele tuinjaar in twaalf rijen. Per maand de hoofdklussen en het cijfer of de datum die telt. Gebruik de tabel als anker en lees daaronder per seizoen de details en de valkuil.
| Maand | Hoofdklussen | Kritieke timing/cijfer |
|---|---|---|
| Januari | Wintersnoei appel en peer (vorstvrij), gereedschap slijpen, schutting repareren, planning, vogels voeren | Fruitboomsnoei dec-jan, nooit bij vorst |
| Februari | Hortensia snoeien (eind feb), klimrozen snoeien, wintersnoei afronden, vroege groenten onder glas zaaien | Hortensia vóór het uitlopen, te laat bij scheut >10 cm |
| Maart | Verticuteren, voorjaarsbemesting gazon, eerste maaibeurt, siergrassen terugknippen, snoeien vóór 15 maart | Maaien vanaf half maart bij gras 7-8 cm / bodem >8 °C |
| April | Kale gazonplekken bijzaaien, moestuin buiten zaaien (radijs, sla, spinazie), onkruid wieden, winterharde planten | Haag NIET snoeien (broedseizoen), vorstgevoelig nog niet buiten |
| Mei | Vorstgevoelige planten en eenjarigen buiten (ná IJsheiligen), tomaat en courgette planten, mulchen | IJsheiligen 11-15 mei = laatste vorstrisico |
| Juni | Onkruid wieden, water bij droogte, uitgebloeide voorjaarsbloeiers, zomerbloeiers steunen, oogsten | Uitgebloeide bollen laten afsterven, niet afknippen |
| Juli | Zomersnoei lichte heesters en leibomen, water ‘s ochtends of avonds, hoger maaien bij hitte, oogsten | Broedseizoen eindigt 15 juli, maaihoogte 5-6 cm bij hitte |
| Augustus | Hagen scheren (na broedseizoen), oogsten, gazon doorzaaien (eind aug), najaarsgroenten zaaien | Doorzaaien vanaf eind augustus, bodem nog warm |
| September | Bloembollen planten (start), najaarsbemesting, verticuteren, borders opruimen, vaste planten scheuren | Bollen planten vanaf september, verticuteren tot okt |
| Oktober | Bomen, struiken en hagen planten (bladval), bollen doorplanten, blad ruimen, laatste maaibeurt (hoger) | Plantseizoen houtgewas start bij bladval, bollen vóór vorst |
| November | Bollen planten (deadline vóór eerste vorst), loofbomen snoeien, kuipplanten beschermen | Gras niet meer maaien onder ~5 °C bodemtemp |
| December | Wintersnoei appel en peer (vorstvrij), gereedschapsonderhoud, kuipplanten beschermen, planning | Fruitboomsnoei dec-jan, nooit bij vorst |
Valt je iets op? De klussen die het vaakst misgaan staan allemaal in de tabel gekoppeld aan een getal, niet aan een maand. Dat is de bedoeling. Het weer schuift elk jaar, de bodemtemperatuur en IJsheiligen niet.
Voorjaar (maart tot mei): verticuteren, maaien en zaaien
Het voorjaar begint niet op een datum, maar bij een temperatuur. Gras groeit pas als de bodem tussen de 5 en 8 °C zit, meestal rond half maart. Pas dan heeft verticuteren zin, en verticuteren doe je op een gazon dat droog genoeg is en waarvan de bodem minstens 14 °C haalt. Te vroeg trek je vooral gezond gras kapot. Wil je het stap voor stap doen, lees dan hoe je je gazon in het voorjaar verticuteert zonder de grasmat te beschadigen.
De eerste maaibeurt doe je zodra het gras 7 tot 8 cm hoog staat. Maai die eerste keer hoog, op 5 tot 6 cm, en zak daarna richting de zomerhoogte. In het voorjaar maai je ongeveer één keer per week.
En dan april en mei. Twee valkuilen liggen op de loer. De eerste: je haag snoeien terwijl het broedseizoen (15 maart tot 15 juli) net begonnen is. De tweede: vorstgevoelige planten te vroeg buiten zetten. Tomaten, courgettes en eenjarige zomerbloeiers gaan pas ná IJsheiligen (11 tot 15 mei) de grond in. Eén nachtvorst kan een hele oogst verwoesten, hoe warm de dagen daarvoor ook waren.
Zomer (juni tot augustus): water, oogsten en de haag pas ná 15 juli
In de zomer verschuift het werk van aanleggen naar bijhouden. Water geef je bij droogte ‘s ochtends vroeg, niet in de volle middagzon. Uitgebloeide voorjaarsbollen knip je niet af: het loof laat je afsterven zodat de bol energie opslaat voor volgend jaar.
De belangrijkste zomerregel is juridisch. Tot 15 juli loopt het broedseizoen en mag je broedende vogels en hun nesten niet verstoren, wat volgt uit de Wet natuurbescherming. Wie een bezet nest vernielt, riskeert in theorie een boete tot €150.000. Een volledige scheerbeurt van je haag stel je dus uit tot na 15 juli. Bij hitte maai je hoger, rond 5 tot 6 cm, want kort gras verbrandt sneller. Wil je je gazon door de zomer heen slepen, dan helpt dit complete schema voor gazononderhoud in de zomer met maaien en bemesten bij droogte.
Najaar (september tot november): bloembollen, bemesten en winterklaar
Het najaar is bollentijd. Voorjaarsbloeiers zoals tulpen, narcissen en krokussen plant je van september tot december, altijd vóór de eerste serieuze nachtvorst en bij een bodemtemperatuur onder 9 °C. De vuistregel voor de diepte: 2 à 3 keer de bolhoogte, dus ongeveer 20 cm voor een tulp en 15 cm voor een narcis. De plantafstand is ongeveer 3 keer de bolbreedte. Alle plantdieptes en kosten staan in het overzicht over bloembollen planten in de herfst.
Ondertussen krijgt het gazon zijn najaarsbeurt: bemesten, doorzaaien en een tweede verticuteerronde (die kan tot in oktober). Vanaf de bladval begint het plantseizoen voor bomen, struiken en hagen. En het blad zelf? Dat ruim je van het gazon, want een dik pak bladeren verstikt de grasmat binnen een paar weken. Hoe je dat efficiënt aanpakt lees je in de gids over bladeren ruimen in de herfst.
Liever niet elke maand zelf klussen? Een hovenier neemt het seizoensonderhoud over met een voor- en najaarsbeurt. Vraag vrijblijvend een offerte aan en vergelijk hoveniers uit je eigen regio.
Winter (december tot februari): snoeien, onderhoud en planning
De winter lijkt een rustperiode, maar het is de snoeitijd. Appel- en perenbomen snoei je in december en januari, maar nooit bij vorst, want dan beschadig je het snijvlak. De hortensia is de bekende uitzondering: die snoei je pas eind februari of begin maart, vlak vóór het uitlopen. Wacht je te lang, tot de scheuten al boven de 10 cm staan, dan knip je de bloemknoppen weg.
Verder is de winter voor onderhoud en planning. Slijp je snoeischaar, controleer de schutting op stormschade, bescherm kuipplanten tegen vorst en loop niet over een bevroren gazon, want bevroren grassprieten breken. Zodra de bodemtemperatuur onder de 5 °C zakt, stopt de grasgroei en hoef je niet meer te maaien.
De 5 klussen die het vaakst verkeerd getimed worden
Bijna alle tuinfrustratie komt terug op timing. Dit zijn de vijf klassiekers.
- Vorstgevoelige planten te vroeg buiten. Tomaten en courgettes gaan in april naar buiten omdat het lekker weer is, en sneuvelen alsnog in de nachtvorst. Wacht tot na IJsheiligen (11 tot 15 mei), in het koude oosten zelfs tot eind mei.
- Hortensia op het verkeerde moment snoeien. Snoei je in het voorjaar te laat of te fors, dan knip je de knoppen op het oude hout weg en blijft de bloei uit. De boerenhortensia snoei je licht, eind februari.
- Bloembollen te laat planten. Bollen die pas half december de grond in gaan, komen onregelmatig of half op. Plan ze tussen september en december, vóór de vorst.
- De eerste maaibeurt te vroeg of te kort. Maaien terwijl de bodem nog onder 5 °C is, stresst het gras. Wacht tot het gras 7 tot 8 cm staat en maai die eerste keer hoog.
- De haag scheren in het broedseizoen. Een volledige scheerbeurt tussen 15 maart en 15 juli kan een bezet nest verstoren. Plan grote snoei- en kapklussen vóór half maart of ná half juli.
Merk je dat dit rijtje precies de klussen zijn waar je zelf ook wel eens de mist mee bent ingegaan? Je bent niet de enige. Een hovenier die het seizoensonderhoud overneemt, kent deze timing uit zijn hoofd.
Regionale verschillen: kust of binnenland, klei of zand
Een landelijke kalender is een gemiddelde. Waar je woont schuift de timing een paar weken. Aan de kust en in het westen is het milder: de bodem warmt eerder op en de laatste vorst valt vroeger, dus daar mag je iets eerder maaien en planten. In het binnenland en het oosten is het risico op late nachtvorst groter, dus daar wacht je met vorstgevoelige planten liever tot eind mei.
Ook de grondsoort telt mee. Zware kleigrond warmt langzaam op en houdt water vast, dus daar plant je bollen iets ondieper. Lichte zandgrond warmt snel op maar droogt ook snel uit, dus daar plant je iets dieper. En hou er rekening mee dat de timing schuift over de jaren: de gemiddelde laatste vorstdag is in honderd jaar opgeschoven van 22 mei naar 8 mei. Stuur daarom op bodemtemperatuur en op IJsheiligen, niet op een vaste datum in je agenda. Wil je het seizoenswerk uitbesteden aan een vakman die de lokale grond kent, vergelijk dan hoveniers in Utrecht of in je eigen woonplaats.
Veelgestelde vragen
Welke tuinklussen moet ik per maand doen?
Grofweg volgt het tuinjaar vier fases. In de winter (december tot februari) snoei je vruchtbomen bij vorstvrij weer, onderhoud je gereedschap en snoei je eind februari de hortensia. In het voorjaar (maart tot mei) verticuteer en bemest je het gazon, maai je vanaf half maart de eerste keer en plant je ná IJsheiligen (11 tot 15 mei) de vorstgevoelige planten. In de zomer (juni tot augustus) geef je water bij droogte, oogst je en scheer je hagen pas ná 15 juli. In het najaar (september tot november) plant je bloembollen, geef je najaarsbemesting en ruim je blad op.
Wanneer moet ik bloembollen planten voor het voorjaar?
Voorjaarsbloeiende bollen zoals tulpen, narcissen en krokussen plant je in het najaar, van september tot december, en altijd vóór de eerste serieuze nachtvorst. Ideaal is een bodemtemperatuur onder de 9 °C. De plantdiepte is ongeveer 2 tot 3 keer de bolhoogte, dus circa 20 cm voor een tulp en 15 cm voor een narcis, met een plantafstand van ongeveer 3 keer de bolbreedte. Op zware kleigrond plant je iets ondieper, op lichte zandgrond juist iets dieper. Wacht niet te lang: bollen die pas half december de grond in gaan, komen vaak onregelmatig op.
Wanneer mag ik mijn haag niet snoeien?
Van 15 maart tot 15 juli geldt in Nederland het broedseizoen. In die periode mag je broedende vogels en hun nesten niet verstoren, wat volgt uit de Wet natuurbescherming. Een algeheel snoeiverbod bestaat niet, maar wie een bezet nest vernielt riskeert in theorie een boete tot 150.000 euro. Licht onderhoud aan een haag waarvan je zeker weet dat er geen vogels broeden mag, maar een volledige scheerbeurt stel je uit tot na 15 juli. Plan grote snoei- en kapklussen daarom vóór half maart of ná half juli.
Wanneer kan ik de eerste keer gras maaien in het voorjaar?
Gras begint pas te groeien bij een bodemtemperatuur tussen 5 en 8 °C, meestal rond half maart tot begin april. De eerste maaibeurt doe je zodra het gras 7 tot 8 cm hoog staat, en dan maai je hoog (5 tot 6 cm) om de grasplant niet te stressen. Daarna verlaag je richting de zomerhoogte van ongeveer 4 cm. Maai in het voorjaar en najaar ongeveer 1 keer per week en in de zomer 1 tot 2 keer. Tijdens droogte maai je juist minder vaak en hoger, omdat kort gras sneller verbrandt.
Wanneer mag ik vorstgevoelige planten naar buiten zetten?
Vorstgevoelige planten zoals tomaten, courgettes en eenjarige zomerbloeiers zet je pas buiten ná IJsheiligen, de periode van 11 tot 15 mei waarin nog kans op nachtvorst bestaat. In het koudere oosten van Nederland wacht je beter tot eind mei. Door klimaatverandering is de gemiddelde laatste vorstdag in honderd jaar wel opgeschoven van 22 mei naar 8 mei, dus het risico wordt kleiner, maar één nachtvorst kan een hele oogst verwoesten. Twijfel je, houd dan een vliesdoek achter de hand om jonge planten af te dekken.
Gebruik onze gratis calculator voor een directe prijsindicatie.